dinsdag 21 augustus 2012

Woord v/d week: BONANZA

CONTEXT:
Door deze dekking konden Portugal, Italiƫ, Ierland, Griekenland en Spanje ineens heel goedkoop lenen. De BONANZA die dat heeft veroorzaakt, of het nu bij de staat, bij het bankwezen, of bij de burger was, heeft nu voor een berg problemen gezorgd.

BETEKENIS:
meevaller, financieel succes, goudmijn

UITSPRAAK:
[bo-nan-za]

WOORDFEIT:
Het aan het Spaans ontleende woord bonanza heeft een opmerkelijke geschiedenis. De basis ervan is het Oudgriekse malakia ('weekheid, slapte'), dat in het Latijn malacia ('windstilte') werd. In het OudprovenƧaals bracht men mal-, ten onrechte, in verband met male ('slecht'), waarna men malacia in bonassa veranderde, dat met bon/bene ('goed') geassocieerd kan worden.
In het Spaans heeft bonanza verscheidene betekenissen: 'rust, windstilte', maar ook 'rijke ertsader' en 'voorspoed'.

Bron: OnzeTaal

2 opmerkingen:

fotorantje zei

het feuilleton, dat ken ik :-)

Sakkerlien zei

hihi, ik ook, is daarom dat ik dit woord eruit pikte ;-)